Hoe werkt de IMH-visie in de praktijk? We verzamelen verhalen van professionals die elke dag werken met jonge kinderen en hun ouders: in ziekenhuizen, gemeenten, kinderdagcentra en GGZ‑instellingen. Want de kracht van de IMH‑visie zit niet alleen in theorie, maar vooral in hoe een andere manier van kijken het verschil maakt.
In dit interview spreken we met Zillah Holtkamp, GZ-psycholoog, IMH-specialist en mede-eigenaar van IMH Nederland. Naast haar werk binnen IMH Nederland werkt Zillah bij Karakter, waar ze werkt met jonge kinderen waarbij vermoeden is van meervoudige ontwikkelingsproblematiek.
Kun je vertellen wie je bent en wat je doet?
Ik ben GZ-psycholoog en IMH-specialist. Ik heb me gespecialiseerd op de doelgroep –9 maanden tot 6 jaar, waarbij mijn ervaring en affiniteit ligt bij kinderen met complexe ontwikkelingsproblemen en gezinnen met meervoudige problemen. Mijn werk is heel gevarieerd. Ik werk bij Karakter, waar ik klinisch werk doe, en daarnaast ben ik mede-eigenaar van IMH Nederland, waarbij ik me vooral bezighoud om ervaringen uit de praktijk te benutten om de zorg voor gezinnen met jonge kinderen te verbeteren.
Hoe ben jij voor het eerst in aanraking gekomen met de IMH-visie?
Dat is al een hele tijd geleden. Na mijn GZ-opleiding wilde ik me verder verdiepen in werken met jonge kinderen en zocht hier een opleiding voor. Daar is niet heel veel keuze in, dus ik rolde in de route tot IMH-specialist. De IMH-visie was destijds nog niet zo bekend, dus ik wist niet helemaal wat ik kon verwachten.
Hoe gebruik je de IMH-visie in jouw dagelijks werk?
In mijn klinische werk zie ik veel kinderen met ontwikkelings- en gedragsproblemen. Vaak speelt er veel meer dan alleen het zichtbare gedrag. De Ports of Entry, een theorie binnen de IMH-visie, is vaak het gedrag van het kind. Vanuit daar kijk ik breder naar wat er om het kind heen gebeurt en hoe dat het gedrag beïnvloedt.
Binnen Karakter is er veel aandacht voor werken vanuit de IMH-visie. Dat helpt mij enorm, om te kunnen doen wat er nodig is voor het gezin. Binnen ons eigen team zijn er afgelopen jaren bijvoorbeeld meerdere collega’s getraind en met dit groepje zijn we kennis gaan delen met de rest van het team.
Is je manier van kijken of werken veranderd sinds je vanuit de IMH-visie werkt? Hoe merk je dat?
Ja, absoluut. Als ik kijk naar 20 jaar geleden, toen ik werkte op een Kinderdagcentrum, werd er veel aandacht besteed aan het kind met de ontwikkelingsproblemen. Dat is heel concreet en ieder weet: daar komen we voor. Maar wat ik lastig vond; is dat ik ouders en broertjes en zusjes ook vaak zag vastlopen. Zeker als er sprake is van fors uitdagend gedrag bij het kind met de beperking.
Nu ik vanuit de IMH-visie werk, heb ik meer handvatten om onderwerpen die minder voor de hand liggen ook bespreekbaar te maken. Ik ben veel geïnteresseerder in hoe de levensloop bepaalt hoe de gezinsleden in het hier en nu op elkaar reageren.
Kun je een concrete situatie beschrijven waarin je de IMH-visie hebt toegepast?
Overal benut ik de IMH-visie. Maar als er iets echt veranderd is, is het wel de intake. Vroeger waren de intakes vooral klachtgericht en gingen we in gesprek met de ouders. Soms splitste je op; dan ging de ene collega alleen met ouders praten en bleef een ander met het kind spelen. Nu laat je ouders en kind waar kan zoveel mogelijk samen en kijk je ook hoe zij op elkaar reageren. Hoe hun onderlinge dynamiek is, is veel interessanter dan mijn rol als psycholoog met het kind.
Wat is volgens jou de kracht van de IMH-visie?
Dat je van smal kijken (op de ‘klachten van de aanmeldvraag’) naar breed gaat kijken. Niet alleen naar het individu of naar losse klachten, maar naar de relaties, de interacties in het gezin en de context waar het gezin mee van doen heeft.
Zijn er nog obstakels of belemmeringen waar je tegenaan loopt met de IMH-visie binnen kinderdagcentra?
Er liggen nog vele kansen. Zeker voor de groep gezinnen die ik veel zie, waarbij het kind complexe ontwikkelingsproblemen heeft waar vaak een vermoeden is van een genetische oorzaak. Gezinnen moeten nu langs ontzettend veel loketten: eerstelijnszorg, regionaal ziekenhuis, academisch ziekenhuis, kinderopvang. En de ouders zijn vaak verantwoordelijk voor al die zorgcoördinatie. Het zou zoveel helpen om meer samen op te trekken, waar er steeds wordt gekeken vanuit de vraag: wat betekent dit voor de ouder, het kind en de ouder-kindrelatie?
Bij IMH Nederland zijn we met twee belangrijke dingen bezig om dit te verbeteren. We hebben één project die zich richt op de ouders. Na medische diagnostiek van het kind stopt de ouderbegeleiding vaak. Maar als ouder heb je nog veel te verwerken en te regelen. Met dit project willen we veel meer gaan samenwerken om nazorg te bieden op basis van wat ouders nodig hebben. Dit willen we gaan doen door een brug te bouwen tussen de dagbehandeling van het kind, de ambulante zorg, volwassen GGZ, en hoe de ouders de zorgtaken kunnen verrichten in combinatie met andere verplichtingen zoals werk.
Daarnaast hebben we een Basiscursus voor kinderbehandelcentra opgezet. Deze cursus is gericht op professionals die in deze setting werken. Waar ik graag met de groep naar toe wil, is dat we samen tools gaan ontwikkelen om die bruggen te bouwen die nodig zijn en gezinsgericht te gaan werken.
Hoe kan de IMH-visie volgens jou nog meer een plek krijgen binnen de kinderdagcentra?
Vooral door IMH-vaardigheden onderdeel te maken van het dagelijks werk. Dat er wordt gezorgd voor een prettig groepsklimaat en dat er wordt gewerkt aan het verbeteren van de cirkels van veiligheid en vertrouwen. Tussen de groepsleider en het kind, maar ook tussen de kinderen onderling. En dat hier ook bruggen worden gebouwd naar thuis.
Welk advies zou je geven aan iemand die zich net verdiept in de IMH-visie?
Begin echt met de basis: haal de juiste theorie op en ga vooral veel oefenen. Zodra je dat doet, zie je al heel snel dat je andere gesprekken krijgt.
Ga ook met maatjes aan de slag; in je eigen organisatie en ook daarbuiten. Je inspireert elkaar en je maakt makkelijker de vertaalslag van theorie naar je eigen setting.
