
Verschillende jaren koesterde ik de droom een opleiding in Infant Mental Health te volgen, zonder dat ik er daadwerkelijk iets mee deed. Ik was immers geen kinderarts, geen psycholoog, geen orthopedagoog, geen zorgprofessional. Al was zorgen voor mijn kroost (én voor mezelf én mijn gezin) wel mijn full-time bezigheid, ik was er niet voor opgeleid en ik kreeg er ook niet voor betaald. Althans niet in geld, in pensioenrechten of andere sociale zekerheid. Wel in kusjes. Gelukkig.
Als ik de betekenis van professional opzoek in een woordenboek, krijg ik het volgende resultaat:
1) iemand die een vak, kunst of sport beoefent voor zijn beroep; beroepsmatige beoefenaar 2) iemand die zeer ervaren, bedreven en kundig is in wat hij doet.
Nu ben ik niet meteen het type dat mezelf als bedreven of kundig zal omschrijven, ik heb natuurlijk wél ervaring opgedaan en ik kan, door de hobbels (en diepe dalen) op ons pad, niet ontkennen dat ik behoorlijk kundig ben moeten worden. Geen beroepsmatige zorgverlener dus, maar wel ervaringsdeskundige.
Ervaringsdeskundigheid durven inzetten
Toch had ik nog behoorlijk stoute schoenen nodig om uiteindelijk IMH Nederland te contacteren met de vraag of ik misschien, alstublief, een opleiding bij hen mocht volgen. De fijne reactie die ik kreeg – heel warm, open, eerlijk en geïnteresseerd – zal ik niet snel vergeten. Intussen zijn we anderhalf jaar verder en heb ik de opleiding tot Infant Family Associate met succes afgerond en word ik op dit moment opgeleid tot Infant Family Practitioner. Ook zet ik me sinds de zomer in voor het behandelteam van IMH Nederland als ervaringsdeskundige ouder en begeleid ik andere ouders in onze online ouderbijeenkomsten. Het is zo fijn en leerrijk om te doen. En als behandelteam ervaren we: de aanwezigheid van een ervaringsdeskundige ouder voegt zeker weten iets toe in de (behandel)kamer.
Niet lang geleden vertelde een collega dat ze fijne feedback had gekregen over een IMH training die door onze organisatie was gegeven. Aan de training, die incompany en op maat van de organisatie in kwestie was uitgewerkt, had, in het kader van een lopend onderzoek, ook een ouder, cliënt van hen, deelgenomen. En dat bleek een waar succes.
Omdat ik nieuwsgierig was naar hoe het deze ouder was vergaan, heb ik haar uitgenodigd haar ervaringen met ons te delen. Hoe had zij zich gevoeld te midden van de professionals in de klas? Wat had ze van de training opgestoken? En wat had haar aanwezigheid voor de cursisten betekent?
Vreemde eend
Zelf herinner ik me nog goed dat ik me bij het kennismakingsrondje op mijn eerste lesdag omschreven heb als de vreemde eend in de bijt. Dat gevoel herkende An. Het had haar geremd om te spreken en het had tijd gevergd om het toch vrijuit te gaan doen. Want wie was zij te midden van al die professionals? Haar inbreng werd zeker ook niet altijd even goed gesmaakt, sommige professionals waren het “niet eens met” of “ontkenden” Ans ervaringen met hun organisatie. Gelukkig werd An door de docent aangemoedigd vrijuit te blijven delen.
Ze vertelde me ook dat ze best wat extra inspanning had moeten leveren, om met de groep mee te kunnen. Dat herkende ik zeker: ik ben dan wel iemand die graag studeert, het mag wel duidelijk zijn dat als je het jargon, het zorglandschap, de afkortingen van instellingen en organisaties, de diagnostische tools, niet kent … het toch een extra uitdaging is. Maar niets dat niet opgelost geraakt met vragen stellen of opzoeken.
Evengoed hebben we allebei ervaren dat nét omdat we niet al jaren in het vak werken, niet gehinderd zijn door jaren ervaring om iets zus of zo te doen, niet trouw zijn aan logge protocollen of loyaal aan professionele banden, we wél vrijuit kunnen denken en onbevangen de leerstof kunnen benaderen.
Een waardevolle ervaring voor ouder en professional…
An had niet geweten wat ervan te verwachten toen haar de vraag werd gesteld om mee te doen, maar had er echt wel wat van opgestoken. Het smaakt zelfs naar meer, vertelde ze, al past het nu, met een tweede kleintje op komst, niet in haar agenda om meer opleiding te gaan volgen. Ze omschreef mooi haar gevoel van eens te mogen uitzoomen en van op een afstand naar haar moederschap te hebben kunnen kijken. Ze zat er immers alle dagen letterlijk met haar neus bovenop.
Ook de (meeste) professionals in de training, hadden het waardevol gevonden om An’s ervaringen met hun organisatie te horen en haar input te krijgen. Ik krijg zelf ook die respons van medestudenten. “Het perspectief van de ouder meenemen in de IMH training, heeft zeker zijn waarde en nodigt mij nog elke keer uit om zelf als behandelaar te groeien”, zei een mede-cursist en behandelaar tegen mij. Het raakt haar altijd, wat ik inbreng in de les en nodigt haar uit te reflecteren op haar eigen manier van werken.
Net zoals wij in de basisopleiding tot Infant Family Associate tijdens de live lesdagen een babypop in de kamer hadden, die we op schoot konden nemen of betrekken in de oefeningen, met de bedoeling om de baby’s aanwezigheid niet uit het oog te verliezen, geloof ik ook echt dat het een meerwaarde is om een ouder in het klaslokaal te hebben. En dan in dit geval liefst een ‘echt’ exemplaar…
We horen graag van je
Wat roept dit op bij jou, als ouder, docent of IMH professional? Heb je zelf hierover iets te delen of te vragen, dan horen we het graag! Stuur ons dan een berichtje via info@imhnederland.nl